Hans Poth?

Hans Poth, matroos bij de Kriegsmarine werd in 1944 opgeroepen voor deelname als infanterist in een Wehrmacht eenheid. Na zijn korte training werd hij ingedeeld bij het 18. Volksgrenadier Division dat net in opbouw was.

Het 18. Volksgrenadier Division bestond uit de resten van het 18. Luftwaffe Felddivision. Na de terugtocht uit Normandië in september (waarbij het HQ van de divisie intact bleef), werd het omgevormd tot het '18. Volksgrenadier Division' en aangevuld met non-combat personeel uit de Luftwaffe en Kriegsmarine.

Hans Poth zijn memoires zijn tot op heden de enige link van een veteraan die dienst deed bij het 18. Volksgrenadier Division tijdens het Ardennen offensief in 1944 (en overleefde). Voor ons zijn eigenlijk alleen de  belevingen tijdens het Ardennenoffensief zelf interessant. Daarom zijn enkele 'vooraf en erna' passages ingekort of weggelaten.

 

HANS POTH, VAN KRIEGSMARINE MATROOS NAAR VOLKSGRENADIER INFANTERIST

(18. Volksgrenadier Division, 294th regiment)

Hans Poth schreef:

Toen ik de eigenlijke officiële brief ontving, was ik totaal niet meer verbaast dat ik per direct was ingelijfd bij een infanterie eenheid. Mijn dromen waren vervlogen, dromen om af te reizen naar verre oorden met de Kriegsmarine, na een snel winnen van de oorlog..

De erop volgende korte trip van Bremen-Hamburg naar Heide (Holstein) tijdens de warme zomer was heel aangenaam. In Heide kregen we enkele weken training.”

In de morgen kregen we altijd instructies voor omgaan met het machinegeweer en het geweer. Ik was eigenlijk alles al vergeten wat ik erover geleerd had in mijn tijd als rekruut. Binnen de marine kregen we trainingen over heel andere zaken en andere wapens, maar dat deed er hier niet meer toe.

Het nieuwe leven als ‘Volksgrenadier’ zoals we ons noemden was eigenlijk niet slecht. Alleen een bombardement op een nabij gelegen olie raffinaderij gelegen tussen Heide en Itzehoe liet ons er aan herinneren dat we in oorlog waren. Het slechte nieuws via de radio werd altijd zo geformuleerd alsof er nog altijd hoop was om de oorlog te winnen, of tenminste tot een einde kon worden gebracht, door het gebruik van de nieuwe V-wapens..

Onze trainingen werd afgesloten in het midden van augustus 1944. Daarna werden we verplaatst naar Denemarken waar een laatste training moesten volgen. Tijdens ons verblijf in Heide kwamen we ook steeds in contact met voormalige gewonde soldaten en voor dienstplicht opgeroepen oude mannen, mannen die nog de stempel ‘fit genoeg voor dienst’ hadden meegekregen..

Wij noemden deze mannen ‘Dr.Goebbels donaties’ . Veel van hen hadden psychische en lichamelijke beperkingen, misten vingers, hadden een slecht gehoor of een slecht zicht. Bij hen bevonden zich ook veel jonge Oostenrijkers oftewel Ostmärker (Oost-Moraviërs) zoals ze toen genoemd werden.

Ikzelf en de oudere corporalen waren nu allemaal NCO’s, sectie leiders. Echter was er geen tijd voor een officiële NCO school. Onze kraagstukken kregen een horizontaal galon. Voor de maaltijden nuttigen kregen we nu het privilege om deze op te eten in de NCO kantine. Ondanks het feit dat we eigenlijk een maar ad hoc samenraapsel waren van mannen, was het kameraadschap en het algemene moraal goed.

De reis naar Denemarken werd uitgevoerd in de nacht met passagierstreinen, in de morgen arriveerden we in stad Braminge, gelegen tussen Esberg en Kolding. Het leger kampement lag verschillende kilometers buiten de stad en bestond uit eenvoudige houten barakken.
Dezelfde morgen nog had zijn commanderend officier een kort gesprek met hem. Hans moest zich meteen melden bij de NS-officier, hij wilde met hem praten! Ik had geen idee wat deze NS-officier van mij wilde.

Elke leger eenheid had sinds kort een nationaal socialistische officier toegewezen gekregen, die zich naast de compagnie commandant bevond. Ik was me niet zeker over hun taken, maar vaak verkondigden ze mededelingen die opgeprikt werden op het zwarte bord van onze eenheid. Ik klopt op zijn deur en hoopte eigenlijk dat hij niet aanwezig was. “Binnen!” werd geroepen. Ik kwam binnen en rapporteerde mijn aanwezigheid: “NCO Poth meld zich zoals gevraagd!”

Hij wees naar een stoel en vroeg me plaats te nemen. Hij opende een lade van zijn bureau en er verscheen een brief. Hij keek me aan en begon deze hardop te lezen. Ik herkende de brief gelijk, het was de brief die ik naar mijn vader had geschreven twee dagen eerder. Vooral het stukje “ik denk dat dit alles voor niks is, de oorlog is niet te winnen” interesseerde hem.

Hij zei, “kijk Poth, dergelijke uitspraken versterken niet het thuisfront, dit is defaitisme. Bekijk het anders, niet alle nieuwe wapens voor vergelding zijn opgesteld, heel snel zal alles een andere wending gaan nemen. Onze straaljagers zullen de luchten boven Duitsland leeg vegen en andere wapens staan al gereed voor gebruik. Dan zullen we opnieuw voorwaarts gaan en de zege zal aan de kant van de goeden zijn, onze kant.”

Ik antwoordde dat ik heel blij zou zijn als de nieuwe wapens inderdaad voor een nieuwe wending konden zorgen. Hij sprak verder “ik begrijp het, je schreef deze brief omdat je je zorgen maakt om je vaderland. Hier, pak de brief terug en schrijf een meer optimistische naar je vader. Hoe oud is je vader? “

“Vier en zestig” antwoordde ik. Toen vroeg hij nog “heeft hij dienst gedaan?” Ik sprak “ja, in 1900 in de buurt van Metz bij het Koninklijke artillerie te voet.” Daarop sprak de NS-officier “hij zou zich ook zorgen maken als hij zo een brief zou lezen, of niet? Ik vertrouw op jouw. Spreek met niemand over ons gesprek. Dat beloof je mij? Ik zal de zaak ook vergeten. Zo dan, je mag gaan, je bent ontslagen voor vrije tijd.”


Dan opeens, op een bepaalde dag werden in de omgeving paarden ingenomen bij de lokale boeren. De boeren kregen betaald maar weigeren te verkopen werd ontzegd. Paarden die ook bedoeld waren voor het trekken van onze artillerie. De dag van vertrek kwam er al snel aan dat was duidelijk. Enkele dagen later was het vertrekken. Alles werd op de trein geladen,die steeds langer werd. De paarden werden als laatste geladen en op het perron stonden vele nieuwsgierige mensen ons te bekijken.


De erop volgende reis door Duitsland was een eerste klas odyssee. De gehele reis duurde drie dagen en drie nachten. Het was nu midden oktober 1944 en de trein kon alleen nachts nog rijden, overdag stond hij voornamelijk stil. Soms ontsnapten we ternauwernood aan bombardementen. Dan bereikten we toch onze eindhalte: op de Eifel in Gerolstein-Gillenfeld. We hadden het toch gered! Leve de spoorweg!


Bij aankomst kreeg elke grenadier een fiets. We noemden ons voor de grap ‘Timoschenko’s snelle eenheden’ en we zetten de reis voort naar Prüm. Het was al koud, het waaide en de straten in de Eifel waren nogal stijl. We waren onderdeel geworden van het 18. Volksgrenadier division, 294th regiment. En in een dorp nabij Prüm kwam onze eerste fietstocht tot een einde. In groepen werden we ingekwartierd bij boerderijen, deze waren bijna allemaal geëvacueerd, verlaten door de burgerbevolking.


Ons huis lag bij een kruispunt van wegen. De Eifel was een arm landbouwers gebied met harde en steenachtige gronden. Ons huis en al de anderen stonken naar koeienstront. Een door basalt stenen overdekt binnenpleintje lag tussen het huis en de dierenstallen. Naast de deur, bij de ingang van de koeienstal was een water fonteintje, gemaakt van een simpele pijp, waaruit het water kwam en een grote kuip vulde. Het huis echter was nog bewoond door een 55 jarige boer en een 19 jaar oude Russische dienstmeid. Dan nog een 20 koeien, kippen en een paar varkens.


De boer was niet blij met ons. Ik zei tegen hem dat we probeerden om zo weinig mogelijk rommel te maken. We kochten stro aan en legden dit over de vloer in een hoek van de kamer, gooiden onze dekens erover en moffelden het uitstekende stro weg onder de dekens, het zag er allemaal netjes uit. De boer woonde alleen, zijn vrouw was twee jaar eerder overleden, daarom was hem een huishoudhulp toegezegd die uit de Ukraine kwam. Ik zei tegen de mannen om niet in het huis te roken of de stallen en discipline aan te houden.


Nadat alles gereed lag, trok ik een stuk zeep en een washandje uit mijn rugzak,nam schoon gerief mee en scheerspullen en begaf me naar de waterkuip op het binnenplein om mezelf goed te reinigen. We hadden een ketel met water op het fornuis gezet voor warm water. Het zou de laatste keer zijn voor de komende weken.


Opeens, het jonge Russische meisje stond naast me, zonder een woord te zeggen reikte ze een propere grote handdoek aan en vertrok erna met een melkbus naar de stallen. De aanblik die ze me gaf was eentje van schuw maar ook nieuwsgierigheid. Dit duurde maar enkele seconden. Ik vroeg me af wat een jong meisje naar hier bracht, duizenden kilometers weg van haar thuis. Toen ik vroeg of iets voor haar kon doen zei ze dat het beter was om haar alleen te laten, ze deed haar werk en de boer kon ook elk moment terug komen.


We kregen koude rantsoenen, brood, boter, worstjes en thee. Een melder kwam voorbij en ik moest mij onmiddellijk bij de compagnie officier gaan melden.


In het huis waar de majoor verbleef was een meeting gaande voor alle nco’s en peloton leiders. Mappen van onze sector lagen op tafel. De frontlinie was dun bezet door alleen Luftwaffe soldaten, vaak voormalig vliegveld personeel. Onze compagnie moest de dorpen achter Prum bezetten. Het plan was dat eerst een zevental soldaten als verkenners de locaties zouden benaderen om 0500 uur. Twee dagen later zou dan de rest van de compagnie volgen.


Mijn commandant (Luitenant Wigger) melde mij als vrijwilliger aan voor de taak.. Nadat de meeting voorbij was, keerde ik terug naar mijn verblijf. Ik nam Alfred (de volgende hoogste in rang) bij zijn arm, legde hem uit wat besproken was en of hij de zaken kon aansturen tijdens mijn afwezigheid.
De mannen lagen op hun dekens en sliepen nog toen ik stil mijn kleren en kit bijeen verzamelde en me verplaatste naar de plek waar onze fietsen waren opgesteld om daar de rest van de nacht door te brengen, ik wilde mijn kameraden niet wakker maken. Ik bevestigde mijn rugzak aan het bagagerek en zocht naar een geschikt plekje voor die laatste uurtjes.


Volledig in kit legde ik me neer in een berg stro en deed mijn zaklamp uit. Ik hoorde in de verte gerommel en zag in de lucht lichtflitsen van ver weg ergens. Ik probeerde mijn gedachten te organiseren, ik wist dat alles nu veel serieuzer zou gaan worden, had geen idee eigenlijk wat precies te verwachten de komende dagen.


Ondanks dat de Amerikanen zich in posities bevonden niet ver van ons vandaan hadden we er nog geen gezien. Ik wist wel ongeveer hoe ze er uitzagen in uniform, maar ook alleen maar via ‘de Wochenschau’ in de bioscoop. Ik dacht na over thuis en iedereen die ik kende, mijn kameraden in Rusland, duizenden kilometers ver weg van hun thuis, ik vroeg me af of ze bang waren en was blij dat ik zelf was gestationeerd aan het Westfront. Ik verzekerde me er zelf van dat vechten tegen de Amerikanen nog niet zo slecht was.


De deur van de schuur ging zachtjes open en een schaduw met een lantaren naderde me. Het was het Russische dienstmeisje, ze had me zien vertrekken door haar raam boven. Ze wilde weten waarom ik alleen was. Ik vertelde haar dat ik over een paar uur moest vertrekken, om 0500 uur aan de voorkant van het huis.

“Ik zou je naam willen weten” zei ik.

“Mijn naam is Irina”, toen wilde ze weten wat mijn naam was.

“Hans” zei ik. Ik vroeg haar om wat meer te vertellen over haarzelf. Ze was 16 zei ze, samen met andere boeren had ze Kiev verlaten en waren vertrokken naar Duitsland omwille van werk. Haar zus was ook in de Eifel, maar in een ander huis. De tijd vloog voorbij. Ik vertelde over mezelf en waar ik vandaan kwam. “Als ik overleef, kom ik je terug bezoeken” zei ik, half voor de grap en half serieus. De tijd tikte door en ze werd erg treurig, het was 0430 uur en ik moest mezelf gereed gaan maken om te vertrekken.

Het leven kon zo mooi zijn.. Euforisch en blij al trappend op mijn fietspedalen gelijk bij een excursie, bewoog ik me naar de afgesproken locatie om met de rest te vertrekken.

Het stadje Prum lag in een dikke mist, compleet verlaten. Om de berg op te komen moesten we afstappen en onze zwaar beladen fietsen duwen, daarna ging het bergafwaarts en al snel kwamen we aan in het dorp Gondenbrett.

De Luftwaffe officier die ons begeleide riep op tot een stop. Links van de weg lag een klein winkeltje, daar wachten de andere kameraden, allemaal Luftwaffe Unteroffizieren, voormalig vliegveldpersoneel. Ze droegen allemaal een ‘Reichsportsabzeichen’ maar geen medailles of anders. Eentje had een fles Schnaps bij de hand en heette ons welkom.

Het dorpje bestond uit een enkele weg en een paar huisjes links en rechts. Naar rechts ging het richting Wascheid, de andere richting naar Niedermehlen. Een klein kerkhof lag er naast het kerkje. Op de weg daar stond een groot bord met een witte pijl en vermeld: ‘naar de Amerikanen 1000 meter’.

We moesten nu lopen in dit stuk frontsectie. De Luftwaffe soldaten hadden amper schuttersputten gegraven. Beschermde gaten voor oa. afluister posten bestonden niet, om nog maar niet te beginnen over loopgraven of andere versterkingen.. Als de Amerikanen hier een inval deden konden ze zo doormarcheren zonder enige echte tegenstand. Maar het bleek dat ze bang waren voor mijnenvelden en verteld werd ook dat ze de winter wilden uitzitten om erna pas door te marcheren.

Het grootste gevaar was de Amerikaanse artillerie. Een licht verkenningsvliegtuig hing in de lucht de gehele dag en riep om artillerie vuur bij elke beweging van onze kant. De meeste slachtoffers vielen dan ook door het aanhoudende vuren op alle tijden van de dag.

Twee dagen later arriveerden mijn kameraden. Ik was heel blij ze weer te zien. Dwenger kwam al glimlachend naar me toe en gaf me een linnen zak gevuld met gedroogde pruimen en stukken gedroogd vlees.

Hij had ook een brief voor me. “Van Irina” zei hij met een lach. Snel duwde ik de brief weg om hem te kunnen lezen als ik alleen was. Het was een mistige, kille dag, de Amerikaanse piloot kon ons niet zien.

De dag erop was alles chaotisch. In de buurt van Wascheid moesten we een kleine bunker bezetten, gelegen in een open veld. De bunker lag op een hoogte en was gecamoufleerd als een grote stapel stro. Gemaakt van voornamelijk beton was de ingang een ingemetselde driehoek van rode stenen. Op het dak achter de ingang plaatsten we een wacht met een mg. Ik vertelde de mannen om niet te gaan rondhangen en we bedekten de vloer met stro om er op te kunnen slapen.

Eenmaal geïnstalleerd ging ik terug naar het dorp samen met enkele mannen, om voorraden in te slaan. Na enige tijd keerden we terug samen met onze nieuwe voorraad naar de bunker. Tot mijn verbazing zag ik rook komen uit de berg stro. Ondanks het slechte zich wist ik zeker dat ook de Amerikanen een observatie post hadden op de hoogte en riep: “doe dat vuur uit stel idioten!”, maar het was te laat..

De Amerikanen hadden ook de rook ontdekt die uit de berg stro kwam. Op de achtergrond hoorden we reeds de eerste artillerie schoten, het eerste salvo sloeg kortbij in, ik riep naar de wacht en zei tegen hem zich te verschuilen in de bunker. Het tweede salvo sloeg in en deed de grond schudden, de rode stenen rondom de ingang vielen naar beneden.. toen was het stil. Echter door de ingestorte ingang konden we nu niet meer naar buiten. Iedereen staarde naar de grond, bewust van hun stompzinnigheid.. Iemand had wat stro aangestoken om zijn handen te warmen. Er was een les geleerd maar de wacht die buiten stond kon het niet meer na vertellen, hij betaalde met zijn leven..

Het werd donker. Na verschillende uren kregen we een stuk van stalen deur voldoend los om eruit te kruipen. Buiten rondom de bunker was het chaos, het eerste wat we zagen was onze kameraad die wacht moest houden, in stukken gescheurd, zijn mg krom getrokken als een spiraal. Onze verpleger pakte dat wat van onze kameraad was overgebleven op en bracht hem op zijn rug dragend naar het dorp. We verlieten de bunker en wisten nu dat we niet konden spelen met de Amerikanen..

De dagen erna waren vol routine, we moesten schuttersputten graven en loopgraven. Er werd patrouille gelopen en een bevriende NCO die ik kende werd daarbij verwond en stierf kort daarna door een flinke bloedende wond aan zijn heup. Met mijn fiets gebruikte ik elke mogelijkheid om de omgeving te verkennen. Ik verdeelde de mannen in paren en gaf elk een taak, de ene hakt, de andere graaft. Twee bleven achter in onze bunker (die we zelf gebouwd hadden) bij de radio. De rest moest kapotte fietsen repareren.


Honger werd een probleem. Ik zocht alle leegstaande huizen af om iets te kunnen eten, soms met succes.

Duitse deserteurs staken de velden over en vertelden de Amerikanen onze posities, deze moesten daarom steeds veranderd worden.

De Amerikanen zetten grote luidsprekers op en speelden snelle leuke muziek. Dan werd ons veel beloofd en ook hoe we werden behandeld als we ons overgaven. Plekken waar de deserteurs zich eerst bevonden werden opeens leeg terug gevonden. In de avond spraken deze deserteurs ons via de luidsprekers toe: “hallo kameraden van compagnie ---. Hier spreekt kameraad ---. Het gaat me goed, ik vertrek nu naar Amerika en na de oorlog keer ik terug naar huis. Doe zoals ik en je overleefd de oorlog!”

We kregen maagproblemen, het eten was altijd koud als het arriveerde, als het kon roosterden we het uitgedeelde kommies brood.

Onze kwartieren lagen nu verborgen op een aflopende helling. We vonden een klein stoofje in het dorp, maar we moesten zeker zijn dat er geen rook zichtbaar was. Verschillende keren hadden de Amerikanen ons al met mortieren bestookt, maar we hadden daarbij geluk.

We ontvingen elke dag post, meestal bezorgd door de Luitenant Wigger. Op een dag ontving ik een brief van een meisje dat ik ontmoet had afgelopen Juli tijdens mijn verlof. We hadden elkaar verschillende keren ontmoet. Nadat ik de brief zelf had gelezen gaf ik hem aan de Luitenant en vroeg om het voor te lezen.. na de eerste regels begon hij te lachen en riep: “allemaal luisteren, onze Nco Poth is vader geworden!”

Hij las hardop.. vandaag moet ik je laten weten dat ons samen zijn gevolgen heeft gehad en dat vanaf nu ik je als mijn verloofde zie, ik heb al een ring voor je aangekocht.. Hij vervolgde, “een hoera voor onze toekomstige vader!”

Ieder was heel blij en feliciteerde me, ik stond nog steeds versteld en lachte mee, ik dacht bij mezelf: ‘tenminste heb ik een kind mocht ik niet meer terugkeren’.

De naam van onze bunker werd die van de toekomstige moeder ; bunker Elfriede.. De komende dagen ging het verhaal verder rond en iedereen feliciteerde me (toen ik terug naar huis keerde, na mijn gevangenschap, bleek het vals alarm..)

De divisie creëerde een zogenaamde ‘close combat’ school in Schonecken, gelegen achter Prum. De directeur werd een neef van voormalig minister van oorlog Von Blomberg. Op deze school kregen soldaten een laatste training mee, waar eerder geen tijd voor was geweest. Iedereen moest deze school bezoeken, de training duurde een aantal dagen. De training werd zeer gewaardeerd.

Zo moesten we binnen een bepaalde tijd schieten op kartonnen silhouetten in bosjes en al rennend handgranaten gooien. Maar het beste waren nog de warme maaltijden en dat we ons konden wassen.


Het kameraadschap was heel goed op een enkel persoon na. Zijn naam was Knapp en kwam van Thuringen. Hij was 18 jaar jong, aardig sterk maar bevond zich altijd op de plekken waar je niet moest zijn. Hij vuurde constant zijn wapen af zonder reden, iedereen hield hem in de gaten. Ik zorgde altijd dat hij bij mij in de buurt was om problemen te voorkomen.

De Amerikaanse luchtverkenning was constant actief. Met als gevolg dat bewegingen overdag onzichtbaar moesten zijn. Onoplettendheid werd direct gestraft met goed gemikt artillerie vuur.

Geen enkel Duits veld geschut aan onze kant kwam in actie. Amerikanen echter vuurden geregeld, zelfs zonder een observatie. Een ander groot gevaar waren onze eigen V-1 bommen. Elke dag vlogen ze over onze posities in de richting van de vijand maar vaak waren ze verkeerd gericht en belanden tussen onze eigen linies.

Hun raketmotoren maakten veel lawaai, bij nadering stopten de Amerikanen met artillerie beschietingen en begon te schieten op de vliegende bommen met luchtdoel kanonnen, maar neerhalen lukte maar zelden.

De weken voor 6 december verliepen min of meer hetzelfde. Opeens kregen we bericht: klaar maken voor vertrek, de volgende dag.

Door een heviger sneeuwbui klommen we langzaam een berg op naar een onbekende locatie. We waren al lang niet meer in een goede conditie, iedereen was aan de diarree. Het werd ook steeds moeilijker om terug aan te sluiten moest je voortijdig ergens stoppen voor een grote boodschap. Opmarcheren door deze dikke sneeuw vergt veel concentratie, je zette altijd je stappen in die van je voorganger. Luitenant Wigger liep voorop en keek soms om.

Hij was een tenger persoon en ik kon zien dat ook hij moeizaam vooruit kwam. Onze luitenant was al eens in zijn long geschoten, in Rusland en was na lang uitzieken terug actief aan het Westfront geplaatst. Hij moest deze tocht ondernemen met maar een enkele long.

 We gingen voort. Het was al nacht toen we arriveerden in Hallschlag en we er konden rusten. Een veldverpleger bracht me twee sneden geroosterd Kommies brood en iets tegen mijn diarree. Mijn hele lichaam beefde als een twijgje en ik was totaal verzwakt. Dan later die nacht bracht hij wat thee en een oude deken, een dergelijk kameraadschap was goud waard!

Na twee dagen voelde ik me beter. Luitenant Wigger vroeg me om zes mannen een artillerie observator te brengen naar Losheimer Graben. We moesten rantsoenen meenemen voor twee dagen en er een goede plek uitzoeken om ons te verbergen. De observator bracht een radio operateur mee en vertelde mij dat hij belangrijke plekken in het terrein wilde vastleggen, zoals bijvoorbeeld kruisingen van wegen. Ik was nogal verbaasd, eindelijk zouden de Amerikanen eens een koekje van eigen deeg krijgen.


We vertrokken toen het donker begon te worden. Voor ons vertrek spraken we nog een dorpshoofd, we kregen een sketch mee van belangrijke plekken. Hij kende de hele omgeving goed, kenden alle huizen in de omgeving en gaf ons belangrijke informatie.

We hadden acht broden, een kwart gevuld blik met jam, boter en een grijze saus. We moesten kost wat kost contact met Amerikanen vermijden en de missie eindigen zonder ontdekt te worden. We waren goed bewapend. Iedereen had zes ei handgranaten, een close combat mes en voldoende munitie.

We naderden Losheim Graben via een heg links van de weg en kwamen bij een beschoten huis. Overal stonk het naar rottend koeienvlees. Het huis was een voormalige bakkerij, met een bakkerruimte gelegen achter het huis, dit werd onze plek om te verblijven.

800 meter van ons vandaan lag een grote kruising van wegen, vrachtwagens passeerden er continue. Aan de voorkant van de kruising stond een onbeschadigd huis van twee verdiepingen. We legden tapijten over de vloer van ons huis om stiller te kunnen bewegen. Een trap liep naar boven met een raampje op de zolder. Ik zette er een wacht neer die ten allen tijde de weg in de gaten moest houden.

De wind snee door al de kamers, behalve de bakruimte, die ook min of meer was geïsoleerd. We hadden ons net geïnstalleerd toen de wacht kwam melden dat er zich iemand in huis met de twee verdiepingen bevond. Af en toe ging de deur open en was er licht zichtbaar. Soms was er heel zwakjes muziek hoorbaar als iemand de deur opende. Het waren Amerikanen en ze zaten dichtbij, waarschijnlijk in een verwarmd huis terwijl wij bevroren. Nerveus wachten we de volgende dag af.

Het begon in de morgen. Onze artillerie observeerder stond onder het dak en bekeek het terrein dat voor ons lag. We vormden een ketting van boven naar beneden en fluisterden de coördinaten door. De tijd kwam dat het eerste artillerie schot zou vallen. Als door een magische hand vloog het projectiel over onze hoofden en kwam neer op de kruising. Een kleine correctie werd gedaan en het tweede schot kwam midden op het kruispunt terecht.

 Uit het huis gelegen aan de kruising kwamen Amerikanen naar buiten gerend en stonden verbaasd te kijken naar de plek waar het projectiel neerkwam. Om niet te laten opvallen dat er in de buurt een observeerder was schoot de artillerie nogmaals enkele schoten in verschillende uitlopende richtingen..

Toen het donker begon te worden maakten we ons gereed voor de terugtocht. Maar onze voorste post melde dat er iets niet klopte. Ik naderde hem en keek de straat omlaag. Twee bewapende Amerikanen naderden ons huis. Ze waren hardop aan het praten en rookten beide een sigaret. We stonden met de wapens in de aanslag gereed, maar omdat was bevolen om geen vijandelijk contact te maken wisten we niet wat te doen. De Amerikanen stopten bij een heg en gingen door met hun gesprek. Kort daarop arriveerden meer Amerikanen. Nog eentje arriveerde en riep “Ready? Lets go”.

Ze vertrokken in dezelfde richting als wij wilden terugtrekken.. Ik stelde onze terugtocht uit tot de volgende morgen en gaf aan de radioman door dit te melden maar ook om te vragen wat het wachtwoord van de dag was.

We trokken terug de volgende dag en verscholen onze sporen zo goed als mogelijk, we naderden een post en iemand riep “Parole?” We reageerden terug “Celebes”. Onze missie was geslaagd en onze bataljon commandant was tevreden.

Voor een tweede keer werd ik terug gestuurd naar de ‘close combat’ school en moest er verschijnen bij Oberfeldwebel Rumpf. Alle lagere nco rangen van ons bataljon werden samengevoegd in een kleine eenheid (Kampfgruppe).

In de namiddag van 15 december werd ons medegedeeld wat de bedoeling was. Alles zou starten de volgende dag. De omgeving zwermde van de soldaten. Overal waar ik keek zag ik soldaten, zelfs een Cossack eenheid was vlak bij ons gelegerd. Ze dansten en feesten zonder restricties en flessen Schnaps werden doorgegeven van man tot man. Er ontstond een gevoel van voorzichtigheid toen er een overschot aan voedsel verscheen, goulash met aardappelen was aanwezig zoveel als men aankon. Mensen van de NSDAP partij waren aanwezig en verkondigden een laatste briefing; ze waren vol van hoop dat we terug in Antwerpen waren voor Kerstmis..

De Duitsers vulden bunkers met soldaten over de hele ‘Westwall’. We stonden zo dicht op elkaar dat je gewoon niet kon omvallen. De muren waren nat van vochtigheid. Ik zei tegen mijn groep dat ik buiten zou slapen in de sneeuw in een Amerikaanse slaapzak aan de ingang. Ik vertrok in de heldere witte nacht en ging liggen op een tentzeiltje en kroop weg in de slaapzak. De nacht was helder en de slaapzak warm, ik probeerde wat rust te pakken.

De voorvallen van de afgelopen dagen kwamen voorbij. Waar kwamen al deze soldaten opeens vandaan? Al de kanonnen, tanks en radio vrachtwagens? Al de wegen in de bossen stonden vol. Zou ik getuige zijn een wending van de oorlog? Dan zou er een wonder moeten gaan gebeuren de komende dagen en weken. Mijn god. Ik dacht aan mijn moeder en mijn jeugd jaren, ik miste mijn thuis tot een extent dat mij hele lichaam ernaar terug verlangde..

Toen de artillerie begon te vuren dacht ik nog ‘het zal nu niet meer lang duren voordat dingen beginnen te gebeuren’. Ik stond op en ging naar mijn kameraden zien. Angstige gedachten vlogen voorbij; wie zou de eerste dag overleven, wat dachten zij, zouden ze dezelfde gedachten hebben?

Oberfeldwebel Rumpf, de bedenker van de Kampfgruppe arriveerde en er werden witte camouflage pakken uitgedeeld. Echter, er waren er niet voldoende daarom kreeg iedereen maar een stuk, oftewel een broek of een jas. Ik kreeg een jas. Rumpf legde uit wat onze taak was.

Onze groep bestond uit 35 man,die van verschillende pelotons kwamen. Behalve mg schutter Liebetrau en soldaat Dwenger kende ik de anderen vaak alleen van gezicht. Onze taak was het om een aantal Westwall bunkers in te nemen die waren bezet door Amerikanen.

Tijdens de nacht hadden pionier eenheden mijnen verwijderd om zo kleine toegangen te creëren naar deze bunkers. De afstand van deze toegangen tot aan de bunker bedroeg een 700 meter. Oberfeldwebel Rumpf gaf aan dat de taak makkelijk zou zijn, vooral omdat de Amerikanen geen aanval verwachtte vanuit een dergelijk mijnenveld.

Een Feldwebel van een pionier eenheid stond aan de ingang van de toegang te wachten, zwaaide naar ons. Hij gaf ons een tik op de rug toen we hem passeerden. De sneeuw kwam tot aan onze knieën in het bos. We zagen alleen maar bomen voor ons. We bewogen steeds lichtjes voorwaarts, in lengtes van 30 meter.

Links van mij, een meter van me vandaan liep mg schutter Liebetrau, op rechts een Unteroffizier samen met een smg schutter. We kwamen bij een dikke omgevallen boomstam, waarvan de kroon op ons pad lag. We stapten over de boomstam en de hel brak los..

De Amerikanen vuurden op ons en we zochten dekking achter de stam. Het mg gedragen door Liebetrau lag uitgestoken in de sneeuw, ik zag alleen nog de kolf van het wapen. “Verdomme, zeg ik tegen Liebetrau, we zitten in een val!” Ik was verbaasd dat hij geen aanstalten maakte om te vluchten. Ik keek naar zijn gezicht dat een gelige wax kleur had gekregen.. hij was dood. De Unteroffizier die zich rechts van mij bevond stond met de rug tegen de boom alsof hij was vastgenageld. Zijn halve gezicht lag in stukken naast mij in de sneeuw. Zijn tanden met stukjes vlees lagen ook in de sneeuw en er was overal bloed..

Zodra het vuren was begonnen begon ook het geroep om de ‘Sanitater’ (veld verpleger) vanuit alle richtingen. Stilte viel snel terug over het bos om alleen nog onderbroken te worden door de doffe knallen van mortieren. Ik zag een kleine verdieping niet ver van waar ik lag, ik kroop in het ondiepe gat gelegen onder een boom. Ik dacht dit is het einde. Het werd terug stil..

Er volgden nog een paar schoten door de Amerikanen en ik realiseerde me dat we geen enkel schot hadden terug gevuurd. Alles gebeurde zo snel en waarschijnlijk hadden Amerikaanse scherpschutters ons opgewacht, omdat de schoten vanuit een hoogte waren afgevuurd.

Ik bleef liggen en deed niks, dan opeens hoorde ik stemmen vanuit de vijandelijke linie ”Lets go!” Ik dacht ze me kwamen halen. Ik pakte mijn zes ei handgranaten en legde ze naast me. Ik rolde op mijn rug en gooide telkens een granaat zover ik kon in de richting van de Amerikanen. Na de laatste granaat stond ik op, pakte Liebetrau zijn mg en vuurde een complete patronenband leeg in een halve cirkel. Voor een moment stond ik daar als ondergesneeuwde stenen muur..

Ik schouderde het mg en rende al zigzaggend de hele weg terug. Ik zag voornamelijk dode kameraden, geknield hielden sommigen hun maag vast. Toen ik terug kwam op de plek waar de pionier Feldwebel ons uitzwaaide realiseerde ik me pas dat ik nog steeds leefde..

Sporen van bloed in de sneeuw overal om me heen, wat er op duidde dat meer soldaten gewond waren geraakt en hadden kunnen ontsnappen..

Oberfeldwebel Rumpf stond met een wit gezicht en zijn mond open en met in zijn handen een notitieboekje mij aan te kijken. “Poth, zei hij, komen er nog meer terug?” Ik keek hem met walging aan en reageerde: “Was die idiote missie door jouw verzonnen?”

Ik liep hem voorbij en ging terug naar mijn bunker. Gisteren was er nog geen plek meer voor iemand om in de bunker te kunnen staan en vandaag was hij leeg. Zelfs de ligbedden aan de muren waren leeg. Gelukkig was soldaat Dwenger bij de dertien die het fiasco overleefden. Hij zat in de achterhoed en kwam terug samen met een gewonde soldaat.

Ik ging liggen, keek naar het plafond van de bunker en schudde mijn hoofd. Ik had graag dat stuk stront van een Oberfeldwebel neergeschoten. Het was totaal onzinnig die hele missie, mijn respect voor hem was nul.

Tegen de avond kwam Oberfeldwebel Rumpf in onze ruimte en vroeg of hij met mij kon spreken. Hij legde me uit dat de hele aktie was opgezet door kapitein von Blomberg, de directeur van de ‘close combat’ school. Rumpf en ik begaven ons naar Blomberg die zicht bevond op zijn commando post. Blomberg keek me aan en verontschuldigde zich dat de hele affaire zo een ongelukkige draai had gekregen..Hij had een nieuwe taak voor mij..

Hij legde uit dat Duitse soldaten links en rechts van bunkers verschillende kilometers waren doorgestoten en het belangrijk was om te weten of de Amerikanen er nog steeds zaten. Ik mocht nog een ander soldaat uitzoeken en moest onmiddellijk terug vertrekken naar het front. Ik arriveerde terug in de slaapkwartieren en zei tegen soldaat Dwenger: “Kom op, maak je klaar voor verkenning!”

Een blik van verontrusting volgde.. ik gaf hem een knipoog, ik had een plannetje. We vertrokken. Halverwege zeg ik tegen Dwenger.

“Dwenger, ik weet dat je getrouwd bent en kinderen hebt. Jij blijft hier. Ik zal alleen naar die bunker gaan en zien of de Amerikanen zich hebben terug getrokken. Als ik niet terug kom zeg dan dat we elkaar kwijt zijn geraakt, verzin iets. Ik probeer terug te zijn in een uur.”

Ik volgde hetzelfde pad dat we eerder hadden gevolgd en eindigde in een catastrofe.. De temperatuur ging ondertussen omhoog en de sneeuw was aan het smelten. Ik kwam amper voorruit. Ik was terug in het mijnenveld, ik hoorde in de verte Amerikanen vloeken. Hun truck motoren huilden door de nacht. Ik zag lichten bewegen door het bos. Het leek erop dat ze vertrokken.

Een foto van twee Kriegsmarine matrozen, zo zal Hans Poth er ook uitgezien hebben.


Een foto uit de SudDeutsche Zeitung november 1944. Voormalig non combat Luftwaffe personeel werden in grote getallen toegevoegd aan allerlei divisies voor aanvang van het Ardennen offensief in december, met weinig training.


'Goebbels donaties', werden ze genoemd door de jonge soldaten. Oude mannen, vaak met psychische of lichamelijke beperkingen b.v. chronisch ziek, hadden een slecht gehoor of zicht, maar toch de stempel meekregen: 'fit voor dienst'.


Vier officieren van de nationaal socialistische partij en onderdeel van de SS. Op het einde van de oorlog werden eenheden en officieren uit de Wehrmacht niet meer voldoende vertrouwd door Hitler en zijn trawanten. Om er voor te zorgen dat hun orders toch uitgevoerd werden ging men binnen elke Wehrmacht divisie/grotere eenheid ns officieren plaatsen, naast de Wehrmacht commandant. Die al hun doen en laten opvolgden, post controleerden en aanwezig waren bij belangrijke besprekingen etc..


De Duitse 'Wunderwaffen' (op de foto een V-2 (Vergeltungswaffe)), het Duitse volk werd er in de laatste oorlogsjaren mee zoet gehouden via radio, bioscoop en kranten. 'Het tij zou keren', 'de oorlog was nog niet verloren'.. De meeste mensen hadden geen idee wat er zich echt afspeelde aan de fronten behalve de soldaten die er zelf waren.. Maar die moesten zwijgen en bij een teveel aan uitspraken verdween je gewoon in een strafkamp of helemaal.


Het stadje Pruem voor december 1944. In de omgeving van dit mooie dorp in de Eifel werd de eenheid van Poth (en vele andere die deel uitmaakten van het 18. Volksgrenadier Division) gepositioneerd.


Een originele ingekleurde foto gemaakt in de Ardennen (december 1944) die zo Poth en zijn mannen zou kunnen laten zien. Ook Poth zijn eenheid werd voorzien van alleen fietsen.


Drie jonge soldaten uit een Volksgrenadier Division in de Ardennen 1944. Deze jongens wisten totaal niet wat hun te wachten stond.


Twee kameraden van een Volksgrenadier eenheid kruipen weg in een kleine stelling bestaande uit zandzakken en wat zeiltjes.


Mannen van een artillerie eenheid zetten hun geschut klaar.


Mortieren werden aan beide zijden in grote getallen ingezet tijdens het Ardennen offensief, een Volksgrenadier eenheid is bezig met klaarzetten van hun 8 cm mortieren.


Door het opkomende communisme en armoede vertrokken vlak na de eerste wereldoorlog en jaren erna vele mensen weg uit Rusland Ukraine etc. Vele gingen op zoek naar een nieuw leven en werk in Duitsland, Frankrijk of staken het grote blauwe water over naar Amerika. Maar ook in België waren Ukrainse vaak jonge meisjes werkzaam op boerderijen in de Ardennen, zoals Irina.


Amerikaanse spotters in een kapot geschoten huis tijdens het ardennen offensief. Duitse en Amerikaanse spotters slopen langs het front om de vijandelijke posities in kaart te brengen voor de artillerie. Poth werd ook voor dergelijke taken ingezet.


Amerikaanse lichte verkenningsvliegtuigen. Vlogen altijd zodra het weer het toeliet en gaven elke beweging door aan de artillerie tot ergernis van de Duitse soldaten.


Mannen van een Volksgrenadier eenheid bewegen zich door een besneeuwd bos in de Ardennen. Ze dragen munitie voor mortieren.


Volksgrenadiers kruipen door een besneeuwd bos in de Ardennen. De soldaat achter de boom is bewapen met een moderner 'Sturmgewehr 43', gelijk Poth.


Volksgrenadier soldaten passeren een in brand geschoten dorp. Ze dragen een mix aan uniformeringen, de achterste met lange winterjas, heeft alleen een pistool.


Niet interessant voor de 'Wochenschau' propaganda, het grote gedeelte van transport nog altijd in gebruik bij de Wehrmacht: karren met paarden. Massaal nog in gebruik tot einde ww2 bij het Duitse leger. Prachtige foto van een menner die zijn paarden te drinken geeft, op de achtergrond staat nog een andere kar, licht gecamoufleerd. Dergelijke foto's zijn heel moeilijk te vinden.


Een Duits soldaat kijkt uit over besneeuwde akkers in de ardennen. Zijn wapen is een mg34.


Een Duitse Wehrmacht soldaat geeft zich over aan een Amerikaan. Het aantal deserteurs nam toe zeker in bosrijke gebieden, waar de mogelijkheid om ongezien te verdwijnen groter was. De Amerikanen plaatsen trucks met grote speakers dicht bij het front en speelden muziek terwijl overgelopen Duitse soldaten hun kameraden opriepen hetzelfde te doen.


Achtergelaten ergens in een bos in de Ardennen. Dode kameraden werden vaak in de hectiek van de strijd alleen nog een belasting; dood was dan gewoon dood. Naarmate de gevechten aanhielden en aantallen gedode soldaten stegen werden deze vaak achtergelaten op de plek waar ze neervielen, meenemen was dan vaak geen optie. De soldaat is ook gestript op persoonlijke items..Zijn familie foto's zijn achteloos in de sneeuw gegooid.


Tijdens de gevechten in de omgeving van St.Vith in dec 1944 (een stuk frontlijn gehouden door het 18. Volksgrenadier Division) werden vele duizenden Amerikanen gevangen gemaakt. Vaak onervaren soldaten. Op gevangen werden meestal weinig bewakers gezet, alle mankrachten moesten worden gebruikt om vooral door te stoten door de Ardennen, richting Antwerpen.


In de omgeving van Bullingen (frontlinie bemand door het 18. Volksgrenadier Division). Luftwaffe soldaten gebruiken schoenen van gedode Amerikanen. De Amerikanen trokken hier heel snel terug met achterlaten van doden en gewonden. Het kan best zijn dat dit Luftwaffe soldaten betreft van het voormalige 18. Felddivision aangezien ze oude kit dragen en de specifieke Felddivision camojassen. Poth kreeg als matroos zonder infanterie uniform en kit alles nieuw voorzien (incl. wapen) tijdens zijn opleiding in Heide. Echter de overlevenden uit Normandië gearriveerd in Malmedy en later verplaatst naar Prum, moesten het blijven doen met hun oude afgedragen uniformen en kit. Waarschijnlijk ook de reden dat ze hun schoenen wisselen. Geen vreemd fenomeen, het Duitse leger had nu tekorten aan alles, zo droeg Poth Amerikaanse onderbroeken en had een Amerikaanse slaapzak.


Een uitgeschakelde M36 Jackson tank destroyer in de buurt van St.Vith, Duitse soldaten onderzoeken het wrak.


Een Duits soldaat poseert bij verlaten Amerikaanse artillerie stukken. De Amerikanen lieten massa's materiaal achter tijdens hun terugtocht in de omgeving van St.Vith.


Een hoofdweg richting St.Vith wordt beschoten door Amerikaanse artillerie, op de voorgrond vluchtende Duitse karren met paarden.


Gevangen genomen soldaten van een Volksgrenadier Division in de Ardennen, ze dragen een gewonde kameraad mee. Rechts een Luftwaffe soldaat. De soldaten werden steeds jonger en ouder.


Een Duitse Luftwaffe soldaat doorspit achtergelaten US army materiaal in de buurt van St.Vith. De kameraad komt aangelopen met jerrycans waarschijnlijk gevuld met benzine, een kostbaar goed geworden voor het Duitse leger einde 1944.


Neergemaaide Volksgrenadier soldaten tijdens een hopeloze actie in de Ardennen. Onbekwame officieren speelden met de levens van de soldaten, dit moest ook Poth ondervinden.


Volksgrenadier soldaten houden een stelling ergens in de besneeuwde ardennen, de achterste soldaat herlaad zijn k98 geweer.


Een kleine eenheid Duitse soldaten voorzien met witte camojassen beweegt zich door een bos ergens in de Ardennen.


Het wapen dat Poth kreeg was het zogenaamde 'Sturmgewehr 43-44' en was een in de oorlog ontworpen 'aanvalswapen'. Het had een hoge vuursnelheid en was voornamelijk bedoeld om op doelen te schieten binnen de 100 meter maar kon ook effectief op grotere afstand gericht schieten. Het wapen was zeer gewild en wordt ook wel de voorloper genoemd van het moderne lichte machinegeweer zoals de ak-47.