DIE FELDDIVISION JUNGS

WW2 LIVING HISTORY

18. FELDDIVISION UNIFORMEN EN KIT 1942 - 1944

De Luftwaffe Felddivisionen werden gevuld met als 'overbodig' betiteld geworden soldaten die werkten op vliegvelden als monteur, magazijnier of binnen Flak eenheden of administratieve takken van de Luftwaffe. De snel opgerichte Felddivisionen, waarmee men begon in augustus 1942, bestonden voornamelijk uit dergelijke manschappen.


BASIS TENUE

De meeste vertrokken richting Felddivision divisie in hun oude basis Luftwaffe uniformen. Dat wil zeggen grijsblauwe uniformen van wol. Het basis tenue bestond uit een M40 schuitje of een M43 veldpet, een stalen helm, een 'Fliegerbluse' uniformjas, een leren koppel met aluminium of ijzer gelakte Luftwaffe gesp, een M43 veldbroek, de bekende 'Knobelbecher" laarzen of halfhoge hoge schoenen met beenkappen.


FLIEGERBLUSE

I.p.v. de groene uniformen binnen de Wehrmacht droegen Luftwaffe soldaten grijsblauwe uniformen, makkelijk herkenbaar dus. Maar ook hun uniformjas model was anders. Deze zogenaamde 'Fliergbluse' werd voor eerst geïntroduceerd in 1935, maar in 1940 verscheen er een nieuwe tweede variant die het meest populair werd en binnen alle takken van de Luftwaffe werd gedragen


De jas werd in twee soorten wol gemaakt, dikker en dunner voor op koude en warme dagen. De uniformjas kwam tot aan de heupen. De knopen aan de voorkant zijn verborgen, net onder de taille zitten twee kleine zakken met flappen die naar beneden wijzen en de omtrek van de jas is getailleerd gelijk de kraag waardoor de uniformjas een vlotte en moderne uitstraling kreeg. Duidelijk zichtbaar de kraagspiegels en epauletten die verwijzen naar de wapentak van de soldaat, een borstadelaar was verplicht en hij draagt een Flak Abzeichen wat er op duid dat deze soldaat voorheen actief was bij een 'Flak' anti vliegtuigen eenheid.

 
 

KLEURENWAAIER BINNEN DE LUFTWAFFE

Binnen de Luftwaffe werden er veel kleuren gebruikt om de verschillende wapentakken te herkennen. Zichtbaar op de kraagspiegels en de epauletten. Er worden ons vaak vragen over gesteld op evenementen. Er is een flink Duitstalig boekwerk uitgegeven enkele jaren terug, dat echt alle gebruikte kleuren beschrijft, namelijk: Die Deutsche Wehrmacht, Dienstgrade und Waffenfarben der Luftwaffe.


De Felddivisionen soldaten kregen een eigen kraagspiegel kleur, genaamd 'Jagergrun' (jagergroen), een redelijk fel groen. In de praktijk echter neigde dit naar een veel donkerder groen. Alle wapentakken binnen een Felddivision droegen deze kleur kraagspiegel. Naaste de basis kleur in jagergroen hadden de kraagspiegels ook gekleurde biezen, zoals b.v. geel bij onze uitbeelding. Deze geel bies (die ook terugkwam op de randen van het epaulet) stonden voor de wapentak verkenningseenheid of fietseenheden.


CAMOUFLAGE JASSEN

Omdat ze nooit eerder als infanterist hadden gefunctioneerd werden de soldaten binnen de Felddivisionen voorzien van nieuw leerwerk en kit, zoals gebruikt bij de infanterie. Daarnaast een eigen model camouflage jas (model M42). Het motief op deze nieuwe camouflage jassen (gemaakt in katoen), was het zogenaamde 'Splittertarn B'. Een camouflage puur voor de Luftwaffe ontworpen in 1942. De camouflage jas was ook dringend nodig aangezien de grijsblauwe uniformen erg opvielen. Degene die geen camouflage jassen kregen moesten het doen met een 'Zeltbahn' tentzeil, die gelijk een poncho gedragen werden.


CAMOUFLAGE HELMEN

Bij aanvang van de verplichte legerdienst kreeg elk soldaat een basis kit voorzien, waaronder een staalhelm. Voor aanvang van ww2 waren dit nog betere modellen, bestaand uit verschillende lagen geperste staal en netjes afgewerkt, met decals voorzien. Naargelang de oorlog voortduurde werden de helmen steeds sneller en goedkoper geproduceerd. Het laatste model (de M42) bestond nog maar uit een enkele plaat geperst staal. De Luftwaffe gebruikte alle modellen, je behield gewoon je oude helm totdat hij b.v. verloren ging, beschadigd werd tijdens de dienst. Bij verloren gaan van uniformdelen of kit onderdelen stonden trouwens straffen.

Origineel filmpje productie Duitse staalhelmen (youtube)



 
 

De meeste Felddivision soldaten vertrokken met hun nog standaard helmen naar het Westfront. Gespoten in blauwgrijs en voorzien van een Luftwaffe adelaar (bij sommige oude helmen zelfs nog voorzien met de driekleur van de Duitse Nationale vlag). Eenmaal aan het front bleek dat de gladde helmen erg opvielen in het landschap. Veel soldaten maakten daarom gebruik van allerlei technieken om de helmen onopvallender te maken.


Vaak werden helmen gespoten, soms in twee of drie meer onopvallende tinten: zandbeige, groen en soort van roodbruin in matte verf. Jaren na de oorlog werden deze gespoten helmen algemeen bekend bij verzamelaars alszijnde 'Normandy camo'  helmen (zie middelste foto).


Andere technieken om de helmen minder te laten opvallen waren helmnetten, allerlei soorten draad (waar dan groen tussen gestoken werd) zoals bv. kippengaas, stoffen helmcovers, rubber banden en broodzak riemen (waar ook groen tussen werd gestoken). Voor meer over Duitse camouflage helmen zie ook deze link: German camo helmets


WAPENS

Veel van de soldaten werden voorzien van nieuwe wapens. De meeste hadden alleen maar een infanterie wapen afgeschoten/gehanteerd in hun basis training, bij aanvang van hun dienst en hadden geen eigen wapens meer. Veel tijd voor trainingen was er meestal niet, uitzondering hierop waren de Felddivisionen die naar het Westfront vertrokken, die meer geluk hadden.


Standaard bewapening was een grendel geweer Mauser K98, vanaf onderofficieren meestal een lichte mitrailleur MP40 (dit veranderde naargelang de oorlog voortduurde, werden meer soldaten voorzien in lichte mitrailleurs of halfautomatische geweren en of buitgemaakte wapens). Ook mocht elk soldaat een eigen priv├ę aangekocht pistool dragen, dit werd dan vermeld in je Soldbuch (soldatenboekje).


MAUSER K98

De mauser K98 was het standaard infanterie wapen binnen het Duitse leger in ww2. De K98 (de K staat voor 'Kurtz' - kort) was afgeleid van de Mauser 98, het standaard geweer van het Duitse leger in ww1.  De K98 is een grendel geweer en had een magazijn van 5 patronen. Het wapen was vooral geschikt voor gevechten op midden tot lange afstanden en was ook populair als 'sniper' geweer omwille van zijn precisie en hoge reikwijdte.


Nadeel was het kleine magazijn en de grote grendel die het onmogelijk maakte om  gericht op een doelwit te herladen, men moest  bij een volgend schot het wapen afzetten om dan te herladen. Ook was door de traagheid en slechts een enkel schot het wapen niet geschikt voor gevechten op korte onmiddellijke afstanden. Naargelang de oorlog voortduurde werd dit een steeds groter probleem, mede omdat de geallieerde soldaten steeds meer werden voorzien in semi automatische geweren met grotere magazijnen of lichte mitrailleurs.


Ondanks aandringen van de Wehrmacht generale staf om productie van automatische wapens flink te verhogen weigerde Hitler dit en bleef de K98 tot op het eind van WW2 het standaard infanterie wapen. Wel werden onder weinig zeggende namen zonder medeweten van Hitler producties omhoog geschroefd van het semi automatische Gewehr 41`en 43, modellen afgeleid van de US Garand en de Russische Tokarev, echter nooit in voldoende aantallen om een verschil te kunnen hebben maken aan het front.


 
 

Volledige kit Luftwaffe Felddivision 1943 - 1945

Onderstaande foto laat duidelijk een Felddivision soldaat zien zoals deze vanaf 1943 er uit zagen. Zichtbaar onder de M42 camouflage jas het grijsblauwe wollen tenue, een in camouflage gespoten helm en camouflage net. Zijn kraagspiegels van een verkenner/fietseenheid. Hij draagt zwart leerwerk en over zijn schouder een K98 karabijn.

 

Achterzijde Feldivision soldaat. Duidelijke te zien het grendelgeweer, zijn blauwe broodzak met eetblik en waterfles, een gasmasker bus met blauwe 'Gasplan' zakje (inhoud was een boekje met informatie wat te doen bij een gasaanval). Daarnaast zijn K98 bajonet.

 

EEN FELDDIVISION INFANTERIE EENHEID

De standaard benaming voor een kleine gevechts eenheid was een 'Truppe' of 'Gruppe' en bestond uit een tiental soldaten. Hun bewapening werd aangepast naargelang de opdrachten die ze moesten uitvoeren. Zo werden bijvoorbeeld eenheden die vijandelijk gebied moesten gaan verkennen b.v. met meer automatische wapens voorzien.


De meest voorkomende rangen binnen deze kleine eenheden waren de Jager (soldaat), een Gefreiter, Obergefreiter, Oberjager en soms ook een Feldwebel. Binnen onze eigen uitbeelding hanteren we alleen de rangen zoals toen gebruikt; soldaten en onderofficieren, geen officieren dus.


Het Duitse leger kende veel benoemingen en rangen, sommige kennen geen gelijkend voorbeeld in b.v. het Belgische, Engelse of Amerikaanse leger.


Minder voorkomende rangen waren een Oberfeldwebel of Stabsfeldwebel, deze vond men alleen bij specifiekere eenheden. De Unterfeldwebel was een voormalig Oberjager (senior korporaal) die niet voldeed om Feldwebel (sergeant 1st klas) te worden, maar werd in de praktijk weinig gebruikt.


De rang van Gefreiter was de volgende stap binnen de Luftwaffe voor een Jager en was te verdienen na een bepaalde periode in actieve dienst te zijn, die van Obergefreiter na 1 a 2 jaar actieve dienst en gebleken geschiktheid.


Onderstaande afbeelding laat de kraagspiegels en onderofficieren rangen zien van een Felddivision. Van (linksboven) Oberfahnrich, tot de laagste rang, die van Jager (rechtsonder).

 
 
 

SOLDATEN NUMMERS

Bij aanvang dienst kregen alle soldaten een soldaten nummer toegewezen, dit nummer bleef hetzelfde, ook als de soldaat doorgroeide naar een andere rang of verplaatst werd naar een andere eenheid.
 

Om herkenbaar te blijven aan het front, droegen de soldaten de zogenaamde 'Erkennungsmarke' oftewel een dogtag. Deze waren gemaakt van aluminium of zink. Op het plaatje stond je soldatennummer en je 'stameenheid' (de eenheid waar je het eerst onderdeel van uitmaakte bij intrede dienst) en ook je bloedgroep.


Naast de Erkennungsmarke kreeg elk soldaat een soldatenboekje (Soldbuch) met daarin alle gegevens van de soldaat vermeld; leeftijd, geboorteplaats, vorige beroep, lengte, de eenheden waarin hij verbleef, verlof, wat hij aan uniformstukken en kit had meegekregen en wanneer, ziekte, gewond enz. . Ook werden soldaten nummers soms op onderdelen van de kit aangebracht b.v. op de gasmaskerbus of zelfs op de soldaat zijn fiets, om aan te geven wie de eigenaar was.


Een ander belangrijk iets is dat soldaten die sneuvelden op het slagveld en later (of pas veel later) werden terug gevonden met hun Erkennungsmarke nog voorzien, de identiteit van de soldaat bijna altijd is te achterhalen.

 
 

HET ZELTBAHN ZEIL

De term 'Zeltbahn' komt vaak terug als er gesproken wordt over Duitse uitrusting in ww2. Wat is een Zeltbahn zeil? Een Zeltbahn is een multi purpose doek / zeil gemaakt van katoen en voorzien van knopen. Het model en idee ervoor ontstond al in 1892 en was eerst vierkant van vorm. In ww1 werd het 'Zeltausrustung 92' voor het eerst in gebruik genomen door het Duitse leger. Dit model werd gemaakt tot in beginjaren 30. In 1931 kwam een nieuw model, het zogenaamde Zeltbahn 31.


Het model 31 zeil was driehoekig, een zijde 203 cm lang, waterbestendig en voorzien van 60 magnesium (later zink) knopen en 30 knoopsgaten, 9 metalen ogen. Het doek werd voorzien van een camouflage patroon, genoemd Heeres Splittermuster 31, hetzelfde patroon dat later ook gebruikt werd voor uniformen en bekend werd onder Splittertarn A. De zeiltjes hadden een groene en meer bruinere tint zijde, bedoeld voor verschillende periodes in het jaar.


Een enkel zeil kon al dienen als poncho tegen de regen of om een kleine simpele luifel te maken. Ook werd het zeil bij gebrek aan camouflage uniformstukken gebruikt als een alternatief om het gewone basis tenue te kunnen verbergen in het veld.


Aan elkaar gekoppelde zeilen werden de bekende piramide tentjes voor manschappen. Elk soldaat kreeg slechts 1 zeil uitgereikt, er waren dus vier soldaten nodig om het bekende piramide tentje op te zetten en men sliep dus ook met vieren in een dergelijke kleine tent.. Men kon ook grotere tenten uit Zeltbahn zeiltjes maken, zo was er een 8 en 16 Zeltbahn tent variant.


Van de zeilen konden brancards gemaakt worden of werd gebruikt om een stuk loopgraaf of schuttersput af te dekken. Was een zeil kapot of verscheurd werden van de reststukken camo onderdelen gemaakt voor b.v. een helm of een veldpet te maken, de knopen gebruikt voor aan b.v. kleding stukken te naaien.


Na de oorlog werd het concept van de 'Zeltbahn' overgenomen door veel andere legers, ook het Belgische. Het Belgische leger gebruikte een lichtbruine variant tot in de jaren 60.